De Costa de la Luz, Spaans voor 'kust van het licht', is een relatief onbekend stuk Spaanse kust tussen Gibraltar en Portugal. Grote plaats in het gebied is Cádiz, de oudste stad van Europa. Columbus vertrok er op ontdekkingsreis naar Amerika. De stad was ook het vertrekpunt van een deel van de Spaanse Armada. In de tijd van Jose I was Cádiz even de hoofdstad van Spanje. Bij de Cabo Trafalgar versloeg in 1805 de Engelse vloot onder leiding van Horatio Nelson de gecombineerde Spaans/Franse vloot. De gemiddelde temperatuur overdag is in de zomer ongeveer 25 °C. De stranden van de Costa de la Luz zijn erg mooi en ongerept en worden veel bezocht door windsurfers. In het gebied zijn ook een aantal natuurgebieden waarvan Nationaal park Doñana het belangrijkste is. Het Parque Natural de la Breña y Marismas del Barbate is een pijnbomenbos dat aan zee grenst. Hier komen nog vossen voor en grazen oerrunderen. De bevolking mag er in december kastanjes plukken. Vlakbij de stad Tarifa bevinden zich de resten van een Romeinse stad, Baelo Claudia. Vanaf Schiphol wordt er met één of meerdere tussenstops op Jerez de la Frontera gevlogen. De Costa de la Luz is de ideale combinatie van zon, zee en luxe.